Deuteronomium 23:1-25 HTB

[1] ‘Als de zaadballen van een man zijn beschadigd of als zijn mannelijk lid is afgesneden, mag hij de eredienst van de HERE niet bijwonen. [2] Een bastaard mag eveneens de eredienst niet bijwonen en gedurende tien generaties mogen zijn nakomelingen dat ook niet. [3] Geen enkele Ammoniet of Moabiet mag ooit aanwezig zijn bij de eredienst, zelfs niet na de tiende generatie. [4] De reden voor dit verbod is dat deze volken u niet verwelkomden met voedsel en water, toen u vanuit Egypte hier aankwam; integendeel, zij huurden Bileam, de zoon van Beor uit Mesopotamië, om u te vervloeken. [5] Maar de HERE, uw God, heeft niet naar Bileam geluisterd; integendeel, Hij veranderde de vloek voor u in een zegen omdat de HERE, uw God, van u houdt. [6] U mag, zolang u leeft, nooit proberen de Ammonieten of Moabieten op welke manier dan ook te helpen. [7] Maar kijk niet neer op de Edomieten en de Egyptenaren, de Edomieten zijn immers uw broeders en u hebt lange tijd onder de Egyptenaren geleefd. [8] De achterkleinkinderen van de Egyptenaren en Edomieten die bij u wonen, mogen het heiligdom van de HERE wel betreden. [9] Als u ten strijde trekt, moet u ervoor zorgen dat er in het kamp geen onreinheden voorkomen. [10] Iedere man die ʼs nachts onrein wordt door een zaadlozing, moet het kamp verlaten [11] en buiten blijven tot de avond, daarna moet hij zich baden en bij zonsondergang weer terugkeren in het kamp. [12] Het toiletgebied moet buiten het kamp liggen. [13] Iedere man moet een schepje in zijn uitrusting hebben. Als hij zijn behoefte doet, moet hij een kuil graven en de uitwerpselen met aarde bedekken. [14] Het kamp moet heilig zijn, want de HERE, uw God, is bij u om u te beschermen en ervoor te zorgen dat u uw vijanden overwint, de HERE wil niets onbehoorlijks bij u zien, anders keert Hij Zich tegen u. [15] Als een slaaf bij zijn meester wegvlucht, moet u hem niet dwingen terug te keren, [16] laat hem bij u wonen in de stad die hij zelf uitkiest. Val hem niet lastig. [17] Israëlieten, of het nu vrouwen of mannen zijn, mogen in de heiligdommen geen prostitutie bedrijven. [18] U mag de HERE, uw God, geen offer brengen van de verdiensten van een mannelijke of vrouwelijke prostitué, want beiden zijn afschuwelijk in de ogen van de HERE, uw God. [19] Vraag geen rente over een lening aan een broeder, een Israëliet, of het nu in de vorm van geld, voedsel of iets anders is. [20] Van een buitenlander mag u wel rente vragen, maar niet van een Israëliet. Want als u rente vraagt van een broeder, zal de HERE, uw God, u niet zegenen bij alles wat u doet, wanneer u in het beloofde land aankomt. [21] Als u de HERE, uw God, een belofte doet, maak uw toezeggingen dan zo snel mogelijk waar, want anders zal Hij u ter verantwoording roepen. Het is een zonde als u zich niet aan uw belofte houdt. [22] Maar als u geen belofte hebt gedaan, bent u ook niets schuldig. [23] Als u eenmaal een belofte hebt gedaan, zorg dan dat u uw woord nakomt, want het was uw eigen vrije keus en u hebt het de HERE, uw God, gezworen. [24] Van de druiven uit andermans wijngaard mag u net zoveel eten als u lust, maar neem geen druiven mee in een mand of iets dergelijks. [25] Hetzelfde geldt voor andermans koren: u mag met uw hand aren plukken, maar gebruik geen sikkel.’

About this translation

Het Boek 2007 - Dutch cover
Het Boek 2007 - Dutch $5.99
Life Bible app icon
Get the Life Bible app Read offline, sync highlights and notes, and study with your library on any device.